Minimummaten zeevissoorten Nederland
Wettelijke minimummaten 2017 voor Nederland


Op grond van het Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985 gelden er voor de volgende soorten de volgende minimum maten:

paling (aal) 28 cm
bot 20 cm

Let op: elke paling die wordt gevangen bij het vissen met de hengel of peur in het kustwater of in zee moet direct levend worden teruggezet. Ook is het verboden om paling in bezit te hebben bij het vissen met de hengel of peur in het kustwater of in zee (art. 23a Uitvoeringsregeling visserij). Overtreding van dit verbod is een economisch delict. De minimummaat is dus niet van van belang voor sportvissers maar wel voor vissers die met beroepsvistuigen mogen vissen.

Op grond van Europese wetgeving gelden voor de hierna genoemde vissoorten de volgende minimummaten::



Vissoort Minimummaat
Aal / Paling terugzetplicht
Ansjovis 12 cm
Blauwe leng 70 cm
Bot 20 cm
Forel terugzetplicht
Haring 20 cm
Heek 27 cm
Horsmakreel 15 cm
Kabeljauw 35 cm
Leng 63 cm
Makreel 30 cm
Sardine 11 cm
Schartong 20 cm
Schelvis 30 cm
Schol 27 cm
Tong 24 cm
Tongschar 20cm
Wijting 27 cm
Witte Koolvis 30 cm
Zalm terugzetplicht
Zeebaars 42 cm
Zeekreeft 85 cm
Zwarte koolvis 35 cm


Het gaat hier om dwingende internationale regels die zich richten tot alle inwoners binnen de Europese Gemeenschap. Om werking te krijgen moeten deze regels nog wel worden "doorvertaald" in nationale wettelijke regels. Dit is gebeurd door in artikel 6 van de “Regeling technische maatregelen 2000” een verbod op te nemen om ondermaatse mariene organismen zoals bedoeld in EG Verordening 850/98 voorhanden te hebben.

De “Regeling technische maatregelen 2000” is gebaseerd op artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van het “Reglement zee- en kustvisserij 1977”. Het “Reglement zee- en kustvisserij 1977” is weer gebaseerd op de (artikelen 2, 3a, 4 en 9 van de) Visserijwet 1963.

Economisch delict

Volgens artikel 1, sub 4 van de Wet op de economische delicten is overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 3a en 4 van de Visserijwet 1963 een economisch delict. Het voorhanden hebben van de hier boven genoemde vissoorten die nog niet de minimummaat hebben bereikt, is dus een economisch delict. De feitcode is H 666.

Bag limit zeebaars en kabeljauw

In 2018 geldt dat sportvissers en recreatieve vissers bij het vissen in zee, de kustwateren en in de zeegebieden geen zeebaars in bezit mogen hebben; de zogenoemde "bag limit" is dus 0.

Voor kabeljauw geldt dat u van deze soort maximaal 25 vissen dan wel maximaal 20 kg. in bezit mag hebben. Het is verboden kabeljauw te fileren en te ontdoen van de kop omdat anders niet meer kan worden vastgesteld hoe groot de vissen waren. De verboden gelden ook voor de binnenwateren die rechtstreeks in verbinding staan met de zee, kustwateren of zeegebieden tot maximaal 30 kilometer landinwaarts.

Het verbod op het in bezit hebben van zeebaars is voor het vissen in zee (inclusief de gebieden die zijn aangewezen als zeegebied in IJmuiden en Scheveningen) opgenomen in artikel 120, lid 1 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in combinatie met artikel 10, lid 4 van de "verordening vangstmogelijkheden".

Het verbod op het in bezit hebben van te veel zeebaars is voor het vissen in het binnenwater opgenomen in artikel 120, lid 1 en 5 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in combinatie met artikel 10, lid 4 van de `verordening vangstmogelijkheden`.

Als een sportvisser een zeebaars in bezit zou hebben en die is ook nog eens kleiner dan 42 cm. dan is sprake van een extra overtreding. Het in bezit hebben van ondermaatse zeebaars is strafbaar gesteld in artikel 2a van de Visserijwet 1963 in combinatie met artikel 120, lid 6 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij. De feitcode is H666.




Meer info omtrent wetgeving zeevisserij in Nederland



 
     




Disclaimer | Privacy

Ontwerp en onderhoud door Zeevissport vzw     Copyright © 2005 - 2018 Zeevissport vzw.     Alle rechten voor behouden.    Laatst gewijzigd op: 13 mei 2018 11:21