Een onweersbui komt opzetten
Donder en bliksem nog aan toe...!

 
 
 

Voor en na onweerbuien kan men, zoals bekend, goede vangsten boeken. Maar hoe staan de kansen tijdens het onweer? En is het vissen tijdens een onweersbui mogelijk zelfs gevaarlijk? Bijna ieder van ons hengelaars is wel eens door een naderende onweersbui overvallen. In het vrije veld is dit natuurschouwspel een buitengewoon indrukwekkende ervaring. Onze voorouders schreven donder en bliksem toe aan de toornige oud-germaanse god Donar. En veel filmscènes komen zonder onweer niet tot hun recht als het gaat om een dramatisch accent (Frankenstein, Dracula, enz...). Sinds het verschijnsel natuurkundig verklaard is, is het mysterieuze aan het schouwspel (onweer) ontnomen en in de loop der eeuwen zijn allerlei installaties ontwikkeld om have en goed te beschermen tegen blikseminslag.


Voor ons hengelaars is echter een niet onbeduidend gevaar gebleven. Het is amper voldoende te weten dat men volgens een oude zegswijze beuken zou moeten zoeken en uit de buurt van eiken zou moeten blijven. Beter is het om da omstandigheden ongeveer te kennen om op het beslissende moment zichzelf en anderen te kunnen beschermen. Onweersbuien ontstaan als vochtig warme en koude luchtmassa’s elkaar “ontmoeten”. Door de verschillen in elektrische lading ontstaan zeer hoge spanningen. Met een snelheid van 30.000 km per sec. komt het in 0,00015 sec. tot een ontlading. De druk in het “kanaal” dat door een bliksemschicht in de lucht wordt gemaakt, ligt rond de 100 bar (een autoband heeft ongeveer 2 bar). De hierbij vrijkomende lucht wordt voor ons hoorbaar als donderslag. De uitwerking van de extreem hoge stroom 20000 – 400000 ampère, heeft een ieder van ons wel eens kunnen waarnemen bij bomen. Een boom wordt door een blikseminslag gespleten of nagenoeg opgeblazen doordat de door de energievrijkomende hitte in zeer korte tijd de boomsappen laat verdampen. Deze “stoomdruk” laat de boom uit elkaar spatten.


De kans om door de bliksem getroffen te worden mag dan wel zeer klein zijn, het is echter bewezen dat op 300 meter afstand van de plaats van inslag nog gevaarlijk hoge spanningen optreden. 40% van alle ongelukken door bliksem inslag verlopen dodelijk en 75% van alle ongelukken gebeuren in de open lucht. Een onweersbui komt opzetten. In het vrije veld loopt de visser gevaar en bij de vissen verdwijnt de bijtlust. Daarentegen bestaan er echter goede vangstkansen als het onweer voorbij is.
 

Dekking zoeken!

Hoe kan een visser zich nu beschermen? Onweersbuien bewegen zich voort over land met een snelheid van gemiddeld 60 km per uur, d.w.z. dat men na de eerste donderslag na circa I 0 minuten ter plaatse met het onweer kan rekenen. Voor de hengelaar valt hieruit de belangrijkste aanwijzing af te leiden, namelijk dat hij nog ongeveer 10 minuten de tijd heeft om een veilig heenkomen te zoeken. Dat is een solide gebouw, àf de beschuttende haven als men vanuit een roeiboot vist, àf een auto.


Worden we ondanks alle voorzichtigheid aan het water door een onweersbui over vallen, maken we ons zo klein mogelijk. De reden daarvoor is dat de bliksem de kortste weg naar de aarde zoekt. Doorgaan met vissen tijdens een onweersbui is ongehoord lichtzinnig, de omhoog gehouden hengel werkt als een bliksemafleider. Een natte holglashengel wordt wat betreft het gevaar nog overtroffen door een van carbonfiber. Die is in een vlak landschap ruim voldoende om de kans op een blikseminslag aanzienlijk te vergroten. Het is belangrijk om de voeten tegen elkaar op de grond te plaatsen. Zo wachten we gehurkt tot het onweer voorbij is, erop lettend dat we niet het hoogste punt in het landschap vormen. Een kuil of andere "verdieping" in het terrein is een gunstige plaats. Tijdens het onweer moet men de hengels noch de steunen of standaards e.d. aanraken. Alleen de tegen elkaar geplaatste voeten hebben contact met de aarde.


Bij onze oosterburen houdt de zegswijze over eiken en beuken hardnekkig stand. Een praktische betekenis heeft deze spreuk echter niet meer. Vroeger was dat anders, een eikenbos was een indicatie voor een gebied met een verhoogd risico wat betreft de kans op blikseminslag. Dat wil niet zeggen dat de eik buitengewoon goede eigenschappen als bliksemafleider heeft, maar dat de bodemgesteldheid waaraan de eik voor zijn natuurlijke voortplanting de voorkeur geeft, dit risico met zich brengt. Omdat bomen tegenwoordig vanuit bosbouwtechnische aspecten worden aangeplant is deze indicatiefunctie vervallen, en zodoende is deze overgeleverde ervaring waardeloos geworden. Als we onder een boom bescherming zoeken moeten we een minimumafstand van een meter aanhouden.



Wat zijn de vangkansen?

Wat betreft de vangkansen bestaat er geen enkele reden om tijdens een onweersbui door te vissen:

I. Zo voorzichtig mogelijk sluipt de ervaren sportvisser naar de .waterkant, want de vissen kunnen met hun gevoelige zijlijnen enz, enz... (de rest weet u) Men mag echter wel aannemen dat de drukgolven van een donderslag de vissen sterk zullen doen opschrikken. In elk geval zullen ze zich zeer zeker niet razend snel op het eerste het beste aas storten.


2.
Ook probeert de visser zorgvuldig te vermijden dat zijn schaduw over het water valt. Wat echter is de schaduw vergeleken met de sterke lichteffecten van een bliksemflits! Ook hiervan mag worden aangenomen dat dit niet bepaald de bijtlust zal bevorderen. Wie het schouwspel van een onweersbui in het open veld bewust heeft meegemaakt, zal hebben opgemerkt hoe passief, ja bijna gelaten en lijdzaam, de dierenwereld zich gedraagt. Er is geen vogel die zingt en koeien staan met hangende kop te herkauwen. Als het onweer echter voorbij is stijgt de leeuwerik op en beginnen de vogels hun concert als bij het eerste ochtendgloren. Koeien beginnen te grazen en paarden die eerst angstig dicht bijeen gedrongen stonden verspreiden zich in de wei. Mogen we dit gedragspatroon ook op de vissen projecteren? Goede vangsten zijn in elk geval ná een onweer vaak waargenomen. Dit valt te verklaren aan de hand van de sterke luchtdrukverschillen voor en na een bui.






Gevaar van bovenaf
Klap van 20 000 volt...!


Het testen van de carbon hengels met 6 Volts meetapparatuur.
Het meten met een lage spanning van hengels waar van de laklaag is verwijderd, garandeert de beste en betrouwbaarste gegevens.


Stroom springt over! Stroom kan zelfs meer dan een meter door de lucht overspringen, en als een "vuurbal" uw carbonhengel raken als u daarmee te dicht in de buurt komt van een hoogspanningsleiding. 81J ons experiment sprong de stroom met een scherpe knal 49 cm door de lucht, over op de hengel.


Uw hengel is voor een vis pas gevaarlijk als deze geen erg heeft in de haak of de lijn. Een soortgelijk gevaar bedreigt u onder hoogspanningsleidingen. Als u zo'n leiding niet opmerkt, en met uw carbonhengel alleen maar in de buurt ervan komt, slaat 20.000 Volt "krachtig aan". En uw kans "levend te worden teruggezet" is buitengewoon klein.


Gelukkig zijn in ons land (nog) niet veel ongelukken bekend. Maar uit het buitenland worden wel degelijk gevallen gerapporteerd van sportvissers, die met hun "lange pijp" in handen (bijna) de dood vonden. Een dergelijk schrikbarend avontuur overkwam de Duitse sportvisser Robert Wensanen. Eigenlijk is het een wonder dat hij de klap van 20.000 Volt wist te overleven.


Het was een grijze novemberdag toen hij met zijn 9,5 m lange carbon hengel aan een vijver een paar aasvisjes wilde vangen. Toen, eindelijk, een voorzichtige aanbeet. Rob bewoog z'n hengel omhoog, een knal en z'n gehele lichaam brandde, en toen werd alles donker... Toen hij weer bijkwam, lag hij trillend in het gras. Hij rook verbrand vlees, zijn rechterarm was als dood. Het duurde een poosje tot Robert het begreep: de hoogspanningsleiding boven hem... Totaal de kluts kwijt pakte hij zijn spullen bij elkaar en ging naar huis.


Of het nu zwijgzaamheid was of schaamte, Rob vertelde niemand iets van zijn "ongeval" en zocht ook geen arts op. Na drie weken liet hij in gezelschap van een paar vrienden "iets los". Toevallig was een van hen werkzaam bij de arbeidsinspectie, en die reconstrueerde het gebeurde: Sluiting van de hoogspanningsleiding op de hengel. De stroom ging via het handvat van de hengel, dwars door de trui, het overhemd, door de arm, waar een diepe, rechthoekige brandwond ontstond. Vervolgens ging de stroom door het gehele lichaam naar de linkervoet, en verliet via de sok en de rubberlaars het lichaam om in de aarde te verdwijnen. Waarom Robert dit als regel dodelijke ongeval overleefde met slechts enkele brandwonden als "schade", is alleen met speculaties te verklaren.


De ongelukken in binnen- en buitenland klinken allemaal hetzelfde

Zwitserland:
Een ervaren wedstrijdvisser loot een plaats onder een hoogspanningsleiding. Hij raakt deze met zijn 9,25 m lange hengel en wordt door een klap van 50.000 Volt gedood.

Oostenrijk:
Een vader die met z'n zoon gaat vissen raakt bij het afsluiten van z'n auto met z'n reeds gemonteerde 6 m lange hengel een hoogspanningsleiding en sterft ter plekke.

Frankrijk:
Een vissende Fransman wordt in Bourgondië door een stroomstoot in zee geslingerd.

Engelse kranten spreken van "Killer-rods"...

Met dank aan Guido Vinck van Beet magazine
Foto illustraties Zeevissport vzw

 





Disclaimer

Ontwerp en onderhoud door Zeevissport vzw     Copyright © 2005 - 2013 Zeevissport vzw.     Alle rechten voor behouden.    Laatst gewijzigd op: 09 aug 2013 19:45