Mijn visserij het jaar rond
Geschreven door Jack P.

 
 
 

Hoi sportvisser,

In het volgende stukje neem ik u mee op vistocht in mijn territorium, als inwoner van Zandvliet zit ik redelijk centraal naar een aantal viswaters met behoorlijk potentieel.





Ik tracht gedurende het jaar de vis te volgen, dit betekend dat ik niet alleen van vissoort die ik belaag wissel, maar ook van stek. Laten we beginnen bij, wat ik de start van mijn visjaar noem;

Het najaar:

Als de warme zomer op zijn einde loopt, de dagen korter en de nachten langer worden, krijgen we langs de Zeeuwse kust onze eerste wintervissen weer op de stranden. Traditioneel staan er gedurende de maanden september, oktober en november nog enkele late tongen en wat vroege gul op het menu maar de hoofdmoot bestaat toch uit wijting.

Naar mijn menig, top wijting locaties, zijn de stranden tussen Vlissingen en Zoutelande, Zwarte Polder nabij Cadzand en veel dichter bij huis, de Westerschelde dijken aan Het Nauw van Bath ( 1&2 op het plannetje ). Wijting is, eens hij op de stekken aanwezig is, een gemakkelijk te vangen vis. Er wordt geaasd in scholen wat het mogelijk maakt om een forse portie vis bij elkaar te sprokkelen. Met een strandhengel van 4.5m. een traditionele onderlijn met bezemdraad afhouders en een portie pieren moet het lukken om deze gretige rovertjes te vangen. Later op het jaar verlaat de tong het kustwater en komt er schar in de plaats, ook een niet te versmaden wintergast. Een schar lust zijn aasje vaak liever iets belegen, pieren met een reukje aan zijn dan ook ideaal schar aas. Een overschotje van aas dat ingezouten is wordt zowel door wijting als schar geapprecieerd.

De winter:

Krijg ik tijdens het wijting/schar vangen ook regelmatig gul op het strand, dan wordt er ook al snel van tactiek gewisseld. De onderlijnen met afhouders worden vervangen door lange wapperlijnen, al dan niet jojo systeem. De haakjes 4 & 2 bedoeld voor wijting en schar gaan de kist terug in want een beetje gul verdraagt al snel een maatje 2/0 – 3/0. Ook de aasaanbieding ondergaat de gul metamorfose, daar waar voor wijting en schar één pier per haak volstaat beaas ik voor gul altijd erg fors; twee pieren, een liefst levende mesheft en een stukje gezouten tap of pier, is een voorbeeld van een voor gul, door mij gebruikte aas- cocktail.
 


 

Dit gullenfestijn gaat gewoonlijk door tot het enkele weken na elkaar erg koud is, als het dagen na elkaar vriest, trekt de garnaal, toch de hoofdmoot qua voedsel deze periode, naar dieper water en uiteraard volgt de vis in zijn spoor. Dit betekent echter niet het einde van de wintervisserij, vaak komt ook de schar nog een keer terug de stranden op, niet op de aller koudste momenten maar van zodra je stiekem, zeg maar eind februari, begin maart, de lente begint te voelen.

Het voorjaar:

Het zonnetje doet bij momenten al aardig zijn best, de dagen lengen, de nachten worden draaglijker. Let op! Tijdens het voorjaar doet de tong zijn intrede al op onze stranden, maar ook oppervlakte vissen als de geep en makreel zijn in ’t verschiet. Normaliter barst elk jaar weer de geep gekte los, ook bij ons, onder de visvrienden is het elk jaar een beetje wedstrijd wie de eerste geep van het jaar vangt. Een traditioneel fladdertje zalm of een fijn kweekzagertje onder een geepdobber, driftend in een stroomnaadje nabij Neeltje Jans zorgt elk jaar weer voor de nodige speren van Neptunus. Al vanaf begin april worden de eerste pogingen gewaagd om deze snelle oppervlakte jagers te strikken, liefst voordat één van de vismaten er één kan scoren.
 


Vanaf mei zijn deze gepen gewoon goed te vangen over de hele Oosterschelde, ook de dijk van Westkapelle en de dijken en pieren rond Neeltje Jans zijn superstekken maar helaas zijn deze laatste wel erg druk bezocht. Mij geen zorg, want mei is al jaren mijn absolute top maand qua tong en ik laat me zelden verleiden om tijdens deze tong maand nog aan oppervlakte visserij te doen.

Terug het nachtelijke strand op dus, te weten Zoutelande –Domburg ( 3 op het kaartje ), de strandpoken en heavy feeder uit de kast en tongen vangen, met tussendoor nog wat scharretjes. Als onderlijntjes weer bezemdraad afhoudertjes, deze keer echter met zijlijntjes in fluor carbon en haakmaatjes 6 & 4. Het beste tong aas is voor mij nog steeds de steekzager van een dag of vier oud. Let op want deze tong periode duurt maar erg kort. Het is daarom dat ik elk jaar in mei enkele weken vrij neem op mijn werk, speciaal om van dit korte tongmoment optimaal gebruik te maken.
 


 

De Oosterschelde wordt nu mijn habitat, al vanaf begin juni kijken we halsreikend uit naar de eerste zeebaarzen die elk jaar weer rond de oosterscheldekering gevangen worden.
 


 

Afwachtend tot deze sterke rovers onze stekken bereiken gaan we achter makreel aan, niet zoals onze voorouders met pluimenpaternosters om vuilniszakken vol te vangen. Wel met lichte spinhengeltjes beaast met kunstaas zoals kleine plugjes of toby lepeltjes, één enkele vechtende makreel op een lichte spinlat geeft zoveel meer sport dan een verenpaternoster met acht haken vol vis aan een zware boothengel. Deze makrelen vang ik het best aan de oostelijke oevers van de Oosterschelde, vanaf Stavenisse tot de Oesterdam ( 4 & 6 op het kaartje ).
 


 

Vanaf begin juli verlies ik mijn interesse in makreel volledig, het wordt tot half/eind september al zeebaars wat de klok slaat in “ Jack’s World “
 

 

Deze altijd lang verwachtte jagers ga ik sinds enkele jaren bijna uitsluitend met kunstaas te lijf, af en toe hang ik nog wel eens een steekzager of mesheft aan een dobber maar ik ben eigenlijk echt wel in de ban van de snoeiharde aanbeten die je verkrijgt bij het kunstaasvissen. Ook bij het zeebaarzen zoek ik steeds weer de rust op, de door iedereen gekende stekken tracht ik zoveel mogelijk te vermijden, de westelijke Oosterschelde oever kan je dus beschouwen als mijn “ zeebaarsstekje “ ( nr. 5 op het kaartje ) . Vissend langsheen de kilometers lange dijken, kom je amper een mens tegen en wordt je vaak verrast door de echt knappe baarzen die er te vangen zijn.
 


 

De zeven vissoorten die ik gericht bevis; wijting, gul, tong, schar, makreel, geep en zeebaars zijn uiteraard niet de enige soorten die ik vang. Dit lijstje mag gerust nog aangevuld worden met steenbolk, bot, pladijs ( schol ), paling en dan natuurlijk nog de occasionele vangsten; mul, rog, pollak, fint tot zelfs heerlijke Oosterschelde kreeften toe.
 


Zoals u lezen kon is er gedurende het ganse jaar wel wat te beleven op het zoute, wat je moet doen om het ganse jaar rond met succes te vissen is mij allang duidelijk, je visserij aanpassen aan de omstandigheden van het moment is gewoon noodzakelijk wil je productief bezig blijven.

Succes ermee,
Mvg
Jack

 
 

 

 
     


Jouw zeehengel techniek op deze rubriek: info[at]zeevissport.com



Disclaimer

Ontwerp en onderhoud door Zeevissport vzw     Copyright © 2005 - 2013 Zeevissport vzw.     Alle rechten voor behouden.    Laatst gewijzigd op: 09 aug 2013 19:04